donderdag 18 december 2008

Idee van de conservator

Inderdaad, web 2.0 leer je niet in anderhalve dag, er zijn simpelweg teveel nieuwe mogelijkheden. Mijn hoofd duizelde er af en toe van. Ik beschouw deze cursus dan ook als een eerste kennismaking met de materie.De cursus heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat musea deze nieuwe mogelijkheden kunnen gebruiken om op een andere manier met een deel van je publiek om te gaan. Het is daarbij inderdaad belangrijk dat wij als museum een visie ontwikkelen op het gebruik van deze nieuwe media. Van het programma NING zag ik onmiddelijk het nut en voordeel voor het museum. Het museum kan eigen sociale netwerken opzetten die zijn gericht op een bepaald thema of deelgebied. Ik dacht zelf aan een netwerk voor geinteresseerden in(Nederlandse)tegels. Daarbij valt te denken aan verzamelaars, kunsthistorici, onderzoekers, publicisten etc. Als je onderzoek doet naar bepaalde typen tegels, een werkplaats o.i.d. kun je snel en makkelijk vragen stellen aan anderen of informatie delen. De afstand tussen personen wordt door een dergelijk netwerk kleiner wat uitwisseling en samenwerking ten goede komt. Ik heb op de cursus als eerste aanzet al een pagina aangemaakt. Deze moet echter nog verder worden aangepast. Ik zou graag willen dat mij het komende jaar de mogelijkheid wordt geboden om dit onder werktijd verder uit te bouwen. Zo kunnen wij als museum ervaring opdoen met digitale sociale netwerken. De opgedane ervaringen kunnen we gebruiken voor toekomstige projecten.

dinsdag 9 december 2008

De mens als informatieverwerkend vluchtdier

Overal erfgoed heet de presentatiesessie die ik na de lunch bezoek. Voorzitter is Isjah Koppejan van Erfgoed Nederland. De eerste presentatie is van Tom van de Ven van TENQ/Stichting Waterwijs. Hij vertelt hoe je jongeren verleidt om kraanwater (goed voor je lichaam en goed voor het milieu) te drinken. TENQ heeft watercoolers met een beeldscherm gemaakt die inmiddels op 400 scholen staan en 300.000 leerlingen van 12 t/m 18 jaar bereiken (dat is meer dan 33 procent van alle middelbare scholieren). Uit de watercooler komt kraanwater en op het beeldscherm zijn elke dag nieuwe filmpjes te zien. De content kan aangepast worden per leeftijdscategorie of schooltype. Scholieren en docenten kunnen ook zelf video's maken voor de watercoolers en die uploaden op de site van TENQ. Ook overheden en maatschappelijke organisaties zoals het Rode Kruis kunnen films maken voor de TENQ-schermen.

TENQ heeft behoefte aan goede content, vertelt Tom van de Ven. Ook erfgoedinstellingen zouden filmpjes kunnen maken om bijvoorbeeld erfgoed in de buurt te promoten. Wist je dat in de buurt een Romeinse vestiging is, zou bijvoorbeeld de boodschap kunnen zijn van een erfgoed-video.

De tweede presentatie heeft de fascinerende titel 'De mens als informatieverwerkend vluchtdier' en wordt gehouden door Liesbeth Weijs van het Parlementair Documentatie Centrum (PDC). Het PDC denkt na over de 'informatieparadox' en vraagt zich af hoe informatie hergebruikt kan worden.

Mensen zijn vluchtdieren, zegt Liesbeth Weijs. Als er gevaar dreigt hollen we hard weg. Dat zit nog in het reptieldeel van onze hersenen verankerd. Tegenwoordig zie je vaak niet waar het gevaar vandaan komt en waar je naartoe moet vluchten. We krijgen de hele dag signalen die we moeten verwerken. Waar moet je nu met je spaargeld naartoe? Welke bank is nog wel betrouwbaar?

Negeren is een strategie om met gevaar en een overschot aan informatie om te gaan. PDC is ervoor om informatie hanteerbaar en beschikbaar te maken. Mensen moeten kunnen herkennen wat ze met informatie kunnen. Er moet een herkenbaar belang zijn. Er zijn 5 G's om te toetsen of informatie van belang is:

1. Gevaar
2. Gewin
3. Genot
4. Groep
5. ?

Het PDC doet een proef met het ANP om de nieuwsagenda te verrijken en informatie toegankelijker te maken. Ze hebben een informatiepiramide gemaakt van beknopt en begrijpelijk tot bedoeld voor wetenschappers. Per laag wordt de informatie uitgebreid van boven (beknopt) naar beneden (zeer uitgebreid). Een praktisch voorbeeld van de informatiepiramide is de website Europa Nu. Deze site biedt op verschillende niveaus informatie over Europa. Via een overzichtelijke navigatiestructuur kun je steeds meer informatie lezen over bijvoorbeeld het landbouwbeleid. De site kent ook verschillende ingangen, zo is er een aparte pagina voor jongeren.

Wim-Jan Kolpa van Tijdsbeeld Media en NostalgieNet vertelt tot slot hoe je het verleden tot leven kunt brengen. Tijdsbeeld Media maakt op commerciële basis consumenten-dvd‘s, tv-producties, bedrijfsdocumentaires en tentoonstellingsprojecten met als uitgangspunt archiefmateriaal. Tijdsbeeld Media heeft meer dan 400 dvd's gemaakt waarvan 3 miljoen exemplaren zijn verkocht. "De archieven zitten op goud", zegt Wim-Jan Kolpa.

Archief-exploitatie leidt tot innovatie, zegt Wim-Jan Kolpa. Je kunt archiefmateriaal bijvoorbeeld gebruiken voor verjaardagscadeaus. Kolpa noemt de serie 'Jouw geboortejaar in beeld'. De dvd-reeks ‘Mijn Verleden. De Staatsmijnen in beeld’, waarvoor geput is uit het archief van DSM, leverde veel goodwill op voor DSM. Het bedrijf was eerst sceptisch over het uitgeven van delen van het archief omdat het bang was voor een negatief beeld (mijnwerkers met stoflongen).

Een andere manier om de inhoud van archieven te verspreiden is NostalgieNet, een onderdeel van Tijdsbeeld Media. NostalgieNet zendt 24 uur per dag beelden uit archieven uit en heeft een bereik van 1,7 miljoen mensen.

(Foto van TENQ)

Stemmen voor de Digitaal Erfgoedprijs

Het project met de minste stemmen wint de Digitaal Eerfgoedprijs, die dit jaar voor het eerst wordt uitgereikt. Op het podium in De Doelen, waar de Digitaal Erfgoedconferentie 2008 plaats vindt en van waaruit ik vandaag live blog, stellen vertegenwoordigers van erfgoedinstellingen hun projecten voor. Het gaat om projecten die in het kader van de subsidieregeling Digitaliseren met beleid genomineerd. In razend tempo vertellen de projectleiders wat ze gedaan hebben. Als het te lang duurt, grijpt Frans Hoving van Erfgoed Nederland genadeloos in door de microfoon weg te rukken. Aan het eind van de dag worden de stemmen geteld en tijdens het diner wordt de prijs uitgereikt.

(Afbeelding: DOK Agora – Storyboard of my Life. Daarmee kunnen bezoekers van de bibliotheek hun eigen verhaal en tentoonstelling laten zien en horen in een multimediale plaats in de bibliotheek.)

vrijdag 28 november 2008

Jaloers!

Van alle afdelingen van onze twee musea konden één of hooguit twee medewerkers deelnemen aan de pilot Friese Musea 2.0. Nadat de eerste uitnodiging de deur uit was, kreeg ik een paar afmeldingen. Collega's hadden het te druk, een tentoonstelling moest bijna open, er moest ingericht worden en andere goede redenen werden gegeven bij afmeldingen. Het programma (een introductiemiddag, twee innovatieworkshops, huiswerk) gaf soms reden tot vragen. Veel gehoorde reactie: 'wanneer moet ik dit er nu allemaal bij doen, moet dit ook nog allemaal, ik heb al zo weinig tijd'.
Hoe prettig wat het afgelopen week toen het hoofd collectievorming en -onderzoek aan mij vertelde dat tijdens het Conservatorenoverleg nogal geklaagd werd over het feit dat maar een paar mensen betrokken was bij de pilot. De conservatoren hadden de indruk dat zij kennis gingen missen. Ik heb dit als een compliment opgevat! Er is een zekere urgentie ontstaan en collega's willen de boot niet missen. Een half jaar geleden werd over dit soort onderwerpen niet gesproken in het Conservatorenoverleg.
De musea zitten nu midden in een veranderingsproces. Door de pilot heeft een kleine groep medewerkers meer inzicht in de tools en mogelijkheden van Internet. Er is een discussie gestart over de manieren waarop het museum bezoekers kan betrekken. Het besef begint te leven dat we onze boodschap, onze evenementen, onze kennis op meerdere manieren tegelijk via meerdere kanalen kunnen verspreiden. En dit kost niet altijd evenredig veel meer tijd. En juist dat laatste wordt vaak als excuus gebruikt om nieuwe technieken en mogelijkheden niet te gaan gebruiken.
Eerder hebben we in dit weblog al over de Quilt-tentoonstelling geschreven. Eerder deze week keek in het papieren bezoekersboek bij de ingang van het museum. En wat zag ik daar: een Quilt-enthousiasteling die de groeten deed via dit bezoekersboek aan andere leden van de zogenaamde Square Tomato Quilters. Een mooi voorbeeld van de behoefte van mensen om gelijkgestemden te ontmoeten en nu werd het bezoekersboek van het museum daarvoor gebruikt. Maar met de Quilt-tentoonstelling in het museum geven we de quiltliefhebbers (en die zijn er heel veel gezien de enorme bezoekersaantallen) een podium en een aanleiding om met elkaar te praten. De komende tijd gaan we dit ook op Internet organiseren! Niet omdat alles via ons museum moet lopen, maar om onderdeel te worden van de quiltgemeenschap. We organiseren tenslotte niet voor niets een tentoonstelling over dit onderwerp.
Het leert het museum dat we bij volgende tentoonstellingsprojecten onszelf ook moeten afvragen: waar bevinden onze publieksgroepen zich op Internet? En op welke manieren kunnen we hen betrekken bij onze programmering? Uiteindelijk zal dit ook meer bezoek opleveren: op een weblog stond de reactie van Duitse Beate: OH Leeuwarden is almost 2 hours away, I'll go there. Is dat even gratis promotie!

woensdag 26 november 2008

Quilts in de conversatie

Mensen praten over van alles en nog wat op internet. Om te zien hoe er over je eigen organisatie of bedrijf wordt gesproken kun je bij Howsociable kijken. Als je "fries museum" intikt en bij de weblogzoekmachines Technorati en Google Blog Search kijkt zie je tal van berichten over het Fries Museum. Je ziet al snel dat niet alleen het vertrek van directeur Cees van 't Veen en de verhuizing naar het Zaailand onderwerp van gesprek zijn, maar ook de voorbereidingen op de tentoonstelling 'Quilts - Kunst met een Q'. Zo blogt de Amerikaanse quiltkunstenares Pam Rubert in oktober over de twee stukken die zij op verzoek van het Fries Museum voor de tentoonstelling aan het maken is. Ze laat ook foto's zien en vertelt hoe ze het ijs op de quilt Skating on thin ice heeft gemaakt. In een eerdere posting vertelt Rubert over de ontstaansgeschiedenis van het ontwerp en ongeveer een week voor de opening van de tentoonstelling in Fries Museum schrijft ze enthousiast over de post uit Nederland die ze heeft ontvangen.

Ook andere deelnemers aan de quilt-tentoonstelling bloggen over hun ervaringen. "En vandaag was het dan eindelijk zover! De Oldenhove Quilt werd onthuld aan de Oldenhove toren in Leeuwarden! Ruim 300 miniquiltjes, waar ik er eentje van heb gemaakt, zijn 1 megagrote quilt geworden", schrijft Isabelle op 15 november jl.

Overigens blijven ook oudere exposities, zoals die van de zeegezichten van Wigerus Vitringa, onderwerp van gesprek op weblogs, zo blijkt uit een bericht van de Historische Vereniging Noordoost Friesland van 24 november jl.

Voor musea zijn bloggende bezoekers en medewerkers van grote waarde. Hun spontane enthousiasme vergroot de naamsbekendheid van musea en zorgt voor mond-tot-mondreclame. Je kunt je als museum ook in de conversatie mengen om meer te leren over de mening en wensen van het publiek. Je kunt mensen die online interesse tonen in het museum ook op andere manieren betrekken door ze bijvoorbeeld een community aan te bieden, ze persoonlijk uit te nodigen voor een Flickr-groep of speciale evenementen voor ze te organiseren. Misschien worden ze dan donateur of bezoeken ze vaker een expositie. Web 2.0 biedt oneindig veel mogelijkheden om het gesprek aan te gaan met het publiek en nieuwe relaties aan te knopen.


(Foto: Skating on thin ice. Foto van Pam Rubert)

dinsdag 18 november 2008

Wat gebeurt er met je foto’s als je ze op Flickr zet?




Het loslaten van foto's en kunstvoorwerpen op het web is voor sommige museumprofessionals een beangstigend idee. Wat gbeurt er met het materiaal buiten de context van het museum of archief? Wat doen anderen ermee? Hoe wordt erover gepraat? Verlies je niet alle controle?

In een verslag van het symposium over de foto's van het Nationaal Archief op Flickr The Commons is de ervaring van Judith Moortgat, werkzaam bij het Nationaal Archief voor het project Beelden voor de Toekomst, te lezen: "Wat gebeurt er met de foto’s als je ze eenmaal op Flickr zet? Moortgat geeft een greep uit de 400 comments die sinds de lancering zijn geplaatst bij de foto’s. Iemand herkent de foto’s van Kamp Amersfoort in de Tweede Wereldoorlog, omdat haar vader destijds in de buurt van het kamp woonde. Super gebruiker ‘Leenke’ die veel Nederlandse bijschriften vertaalde in het Engels, waaronder bijvoorbeeld het begrip ‘korfbal’. Iemand die een ‘valse Vermeer’ ontdekt op een foto van de in de Tweede Wereldoorlog opgeborgen kunstschatten van het Rijksmuseum. Een expert op het gebied van helmen die de nationaliteit van een soldaat vaststelt en het serienummmer van zijn helm. Allemaal waardevolle informatie voor het Nationaal Archief."

Sinds het Nationaal Archief op 21 oktober jl. begon met Flickr The Commons hebben 513.000 bezoekers de foto's bekeken en zijn er meer dan 500 comments en 1.000 unieke tags bij foto's toegevoegd. Het archief kreeg 1.200 vriendenverzoeken van andere Flickr-gebruikers.

De deelname van Nationaal Archief aan Flickr The Commons is een pilot. Na zes maanden zal gekeken worden op welke manier het archief verder wil gaan en wat gedaan zal worden met de informatie over de foto's die verzameld wordt.

(Foto van het symposium Nationaal Archief joins Flickr The Commons. Foto van Kennisland)

maandag 17 november 2008

Hoe nu verder, of, hoe te beginnen?

Web 2.0 leer je niet in anderhalve workshopdag. Dat is in ieder geval een concreet eindresultaat! Maar wat houden we er dan wel aan over? Wat hebben we als museummedewerkers opgestoken van de Innovatieworkshop onder leiding van Waag Society en de praktische hands-on instructie van Marie-José Klaver? Toch heel veel, gezien de reacties vanmiddag bij de afsluitende borrel.
Heel duidelijk is geworden dat we willen nadenken over andere relaties met ons publiek. Of het nu gaat om een tentoonstellingsproject of om het concept van een introductiezaal in het museum, we willen graag gebruik maken van de mogelijkheden van de nieuwe (2.0) media.
Inmiddels zijn we wat meer thuis in de wereld van NING, Wiki, Hyves, Flickr, geotagging, tag clouds, etc. Maar dat is ook weer niet voldoende. We hebben als museum ook een visie nodig op het gebruik van deze tools. Wanneer gebruik je welk instrument voor welke boodschap aan welk publiek?
In het kort enkele leerpunten, in hoofdlijnen:
- gebruik een klein, overzichtelijk project als proeftuin
- neem de mogelijkheden serieus
- benoem het nadenken over nieuwe media als stap in het projectplan
- denk na over de inzet van tools voor, tijdens en na afloop van een project.

De komende dagen zullen mijn collega's wat reacties gaan schrijven, en die zijn niet allemaal juichend. Ook de sceptici zijn tijdens de workshop aan bod gekomen. Hoe zit het met de rol van conservator die altijd gewend geweest is om de regie te voeren over de publieksbeleving. Wat gebeurt er als die regie uit handen gegeven wordt, hoe kan de kwaliteit nog gewaarborgd blijven?

Heel concreet gaat het Fries Museum de ideeen uit de workshop uitwerken, resultaten zijn binnenkort al te verwachten. In het Princessehof gaan we voor de tentoonstelling Scherven en Geluk 2.0-ideeen uitwerken. De projectgroep voor de introductiezaal gaat het concept aanscherpen en kan daarbij goed gebruik maken van de opgedane kennis.